WORLD+CULT

Bommen & Liefde: Syrië

Brenda verslaat persoonlijke oorlogsverhalen uit het Midden-Oosten.

Tussen de gezinnen, rokende oude mannen en verliefde stelletjes zag ik Marwa zitten, ergens in een park vlakbij de Turks-Syrische grens. Misschien kwam het door de traditionele kleding die ze droeg of de manier waarop ze oncomfortabel om zich heen keek, maar ik wist direct dat ze uit Syrië kwam. Bovenal was het de blik in haar ogen: een mix van beduusdheid, angst en pijn. Het is de blik die bijna alle Syriërs hebben nadat zij gedwongen zijn huis en haard achter te laten. Haar bejaarde moeder en 8-jarige zoontje keken al net zo.

En inderdaad: Marwa vertelde me dat ze twee dagen eerder vliegensvlug van Aleppo naar Turkije was gevlucht, omdat het Syrische regime de buurt waar ze al twintig jaar woonde platbombardeerde. Met horten en stoten beschreef ze hoe het was om doodsangsten uit te staan, elke keer als een vatbom – een olievat dat gevuld is met schroot en dynamiet – het huis van één van je buren raakt. Is mijn kind de volgende? Ben ík de volgende? Zullen we vluchten, of niet? Dat waren de vragen die constant door haar hoofd bleven spoken.

‘Het suizende geluid, een knal, gevolgd door gegil. Je wilt niet weten wat ik allemaal gezien en gehoord heb. Het is de hel op aarde,’ zei ze, terwijl de tranen over haar wangen liepen. Op de vraag waar ze in Turkije zou gaan verblijven, had Marwa nog geen antwoord. Ze was in een opwelling in het park gaan zitten, wachtend en overpeinzend. ‘We hopen snel weer terug te kunnen gaan, als de oorlog voorbij is,’ voegde ze toe.

Dat was begin 2014, toen de Syrische oorlog al in volle gang was. Als journalist had ik al tientallen verhalen over Syrische vluchtelingen geschreven. Ik schreef over Syriërs in Egypte, Turkije, Jordanië en Irak. Over moeders die hun kinderen hadden verloren, over tienerhuwelijken in vluchtelingenkampen, over bommen, martelingen en ander oorlogsgeweld en over de armoede onder vluchtelingen in de regio. Veelal waren het verhalen over verdriet, verlies en wanhoop, maar af en toe was er ruimte voor een sprankje hoop, vooral wanneer Syriërs het hadden over ‘later’. Later, wanneer de oorlog voorbij is.

Inmiddels zijn we vijf jaar verder en is de Arabische Lente een illusie gebleken. De strijd in Syrië, die ooit begon als een opstand van het volk tegen een dictator, is inmiddels uitgemond in een sektarische oorlog waarbij zoveel strijdende groepen betrokken zijn dat het moeilijk wordt het overzicht te bewaren. Eén van de bekendste, terreurgroep Islamitische Staat (IS), boekte overwinning na overwinning in Syrië en Irak. IS neemt Yezidi-vrouwen tot slaaf, gooit homo’s van daken en vermoordt iedereen die tegen hen in durft te gaan. Ook plegen ze aanslagen in Europa, zoals in Parijs laatst. Het gevolg hiervan is dat de internationale coalitie, waar Nederland bij betrokken is, nu ook bombardeert op IS-doelen in Syrië, naast in Irak. Het Syrische regime, gesteund door Rusland en Iran, bombardeert nog steeds het land plat. Burgers in het Syrische Madaya worden bewust uitgehongerd om de oppositie uit te schakelen. Inmiddels zijn er honderdduizenden doden gevallen, zijn miljoenen Syriërs gevlucht en is de levensverwachting van Syriërs van 70 naar 55 jaar gedaald. Ik kan zo nog wel even doorgaan, maar de lijst met ellende is eindeloos lang. Te lang voor deze column.

Twee jaar na mijn ontmoeting met Marwa reis ik nog steeds door de regio om Syrische vluchtelingen te interviewen, of ik interview ze in Europa. De één vlucht voor IS. De ander voor het regime. Of ze vluchten voor nog een andere partij die zich in de strijd gemengd heeft. Vredesonderhandelingen lopen constant op niets uit. De situatie wordt met de dag complexer, nu er zoveel partijen bij betrokken zijn. Inmiddels zijn de Turkse kampen, de Jordaanse steden en de Koerdische dorpen voor velen een permanent thuis geworden. Anderen nemen de boot naar Europa, op zoek naar een toekomst. Sommigen – vaak de armen – gaan terug naar Syrië. ‘Ik ga liever dood in mijn eigen land dan dat ik hier wegkwijn,’ klinkt het dan gelaten.

Nu kijk ik vanuit Nederland op internet naar foto’s van Syriërs die uit Aleppo naar de Turks-Syrische grens gevlucht zijn. Hun huizen werden gebombardeerd door het regime en Rusland. Een jonge man draagt een tas vol spullen, waarschijnlijk zijn meest waardevolle bezittingen. Een oudere vrouw houdt een opgerolde deken vast, alsof ze hem stevig knuffelt. En tussen de tienduizenden gezichten zie ik er één van een jonge vrouw, uitgeput zittend op de grond. Ze heeft een beduusde, pijnlijke blik in haar ogen. Maar bovenal kijkt ze angstig.

Even denk terug aan Marwa, die precies dezelfde blik in haar ogen had, en aan alle Marwa’s die ik door de jaren heen gesproken heb. Ik leg via Facebook contact met wat Syriërs in Aleppo die mij vertellen hoe zat ze de oorlog zijn, na al die jaren, en schrijf weer een artikel. Constant dezelfde verhalen, alleen verschillen de details en de gezichten. Hoeveel Marwa’s zullen er nog moeten vluchten voordat de situatie in Syrië beter wordt, vraag ik me voor de zoveelste keer af. Voor de zoveelste keer moet ik concluderen dat het ‘later, als de oorlog voorbij is’ nog zo ver weg is. En voor de zoveelste keer hoop ik dat ik ongelijk heb.

Click to comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VERS

We do not believe in the world empowering women.

We believe in women empowering the world!

Journalist, activist, game-changing artist, mind-body scientist, international solidarist?

Join the tribe

Copyright © 2017 Vileine

To Top