WORLD+CULT

Visionaires: Suze Groeneweg wilde gelijkheid voor alles

Tessa Hagen portretteert vrouwen die haar aan het denken zetten. Deze keer het verhaal van Nederlands eerste vrouwelijke Kamerlid: Suze Groeneweg.

Het moet een bijzondere dag zijn geweest. Alle landelijke pers is naar het gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag getrokken. In het gebouw zijn aanpassingen gedaan. Een nieuwe gang leidt naar een speciale kleedkamer. De Kamerleden schuiven onrustig op hun stoelen. Wat zal de invloed van de nieuweling zijn? Een stevige gestalte beweegt zich naar het spreekgestoelte. Ze schraapt haar keel, haalt diep adem en zegt: “Ik voel als draagster van deze geschiedkundige gebeurtenis de zware verantwoordelijkheid te bewijzen dat vrouwen niet ongeschikt zijn voor de politiek.” Het is 7 november 1918 en Suze Groeneweg houdt haar maiden speech, als eerste vrouwelijk Kamerlid in Nederland.

Je wordt niet zomaar Kamerlid – en zeker niet als vrouw in het begin van de twintigste eeuw. Dus wat maakte Suze zo speciaal? Als oudste dochter in een gezin van vijf kinderen groeit Suze op in een eenvoudig landarbeidersgezin in de Hoekse Waard. Niet de meest waarschijnlijke geboorteplek voor een invloedrijk politicus in die tijd. Maar Suzes moeder, die zichzelf op latere leeftijd nog heeft leren lezen en schrijven, herkent een goed verstand bij haar dochter en strijdt net zo lang tot Suze naar de Rijksnormaalschool mag, om door te leren voor onderwijzeres. Vanaf haar 16e staat Suze voor de klas.

Opkomen voor rechten van meisjes

In het onderwijs wordt Suzes latere politieke overtuiging geboren. In 1902 – Suze is dan 27 jaar oud – geeft ze les op het Rijksopvoedingsgesticht in Montfort. Wat een autoritaire, nare sfeer hangt er op die school. Meisjes hebben niet alleen veel moeite om in opleiding te komen; als ze dan eenmaal op school zitten, worden ze nog steeds als tweederangs leerlingen behandeld. Vastbesloten om op te komen voor de rechten van meisjes, sluit Suze zich aan bij de Bond van Nederlandsche Onderwijzers (BvNO).

Een jaar later volgt de stap naar de politiek; naar de SDAP (voorloper van de PvdA – red.), de sociaaldemocratische partij opgericht door o.a. Pieter Jelles Troelstra. Kort hierop verhuist Suze naar Rotterdam om daar als onderwijzeres te gaan werken en wordt ze tevens lid van het gemeentebestuur van de partij. Net zoals elders in Europa strijden de Nederlandse sociaaldemocraten voor een betere positie van de minder bedeelden, veelal land-, haven- en fabrieksarbeiders en hun gezinnen. Suze, zelf afkomstig uit een armeluisgezin, omarmt deze missie volledig en zet zich met hart en ziel in voor betere voorzieningen, zoals gezondheidszorg en onderwijs. Dit vuur blijft niet lang onopgemerkt. Hoewel Suze aanvankelijk verlegen was, neemt haar zelfvertrouwen langzaam toe en in de loop der jaren ontpopt ze zich tot een geliefd spreekster bij betogingen en vergaderingen. In 1905 richt ze een speciale ‘vrouwenpropagandaclub’ op, om de arbeidersvrouwen van Rotterdam beter te bereiken met een sociaaldemocratische boodschap.

Geen uitzonderingspositie voor vrouwen

Je zou denken dat Suze, met haar aandacht voor de rechten van vrouwen en hun kinderen, de komst van de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs (BSDVC) dan ook toejuichte. Deze bond, opgericht door Mathilde Wibaut en Carry Pothuis, wilde niet alleen buiten de partij vrouwen bereiken (zoals de propagandaclub), maar juist ook binnen de partij werken aan de zelfstandigheid van vrouwen. Een goed idee? Niet volgens Suze. Een speciale vrouwenorganisatie zou de uitzonderingspositie van vrouwen alleen maar bevestigen! “Mijn ervaring,” zegt ze, “is dat als de vrouwen zich zelf maar op de voet van gelijkheid met den man plaatsen, zij ook volkomen als gelijken erkend worden.”

Een gerechtvaardigd standpunt, maar niet voor de initiatiefneemsters van de BSDVC. Was Suze wel een echte feministe? Het is een interessante discussie die, in veranderde vorm, anno 2016 nog steeds actueel is. In hoeverre moeten vrouwen zich ‘in de mannenwereld als gelijken’ bewegen en in hoeverre moeten ze zich apart organiseren en vanuit die positie hun rechten bevechten? Suzes antipathie tegen vrouwenbijeenkomsten wordt er in de loop der jaren in elk geval niet minder op. Op het SDAP-partijcongres in 1913 schrijft ze: “Ieder jaar heb ik mijn tegenzin overwonnen en ben ik naar de jaarvergadering der vrouwen gegaan en elk jaar ben ik er ziek van thuis gekomen. … Ik voel het als iets tegennatuurlijks, dat daar een groepje van hetzelfde geslacht zich afzondert en daar aardig en lief tegen elkaar doet.” Mede dankzij Suzes verzet op dergelijke partijcongressen krijgt de BSDVC pas in 1914 landelijke erkenning.

In de jaren rond 1900 vechten overal in Europa vrouwen én mannen voor algemeen kiesrecht. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog hebben tegenstanders een motief de strijd te vertragen (er zijn immers wel belangrijkere zaken die aandacht behoeven!), maar in 1917 bereiken in Nederland de verschillende partijen dan toch een akkoord. De christelijke partijen krijgen hun speciale onderwijs en de liberalen en sociaaldemocraten verzilveren het algemeen kiesrecht – althans, voor mannen. Voor vrouwen is het tot de grondwetswijziging in 1921 enkel mogelijk gekozen te worden, niet om zelf te stemmen. Op 3 juli 1918 sleept Suze, dan 43 jaar, 569 mannelijke stemmen in de wacht en komt hiermee in de Tweede Kamer terecht.

Vrouwen op gelijke voet met mannen in de politiek

Zoals Suze al aangeeft in haar eerste optreden in de Kamer, is een zekere bewijsdrang haar niet vreemd. Vrouwen kúnnen zich op gelijke voet met mannen (in de politiek) bewegen, maar zíj is degene die dit moet laten zien! Suze is dan ook een zeer actief Kamerlid. Altijd goed voorbereid en een overtuigende debater met heldere standpunten. Onderwijs – ook voor meisjes! -, de rechten van vrouwen, drankbestrijding en moederschapszorg zijn de onderwerpen die haar het nauwst aan het hart liggen. Onmiddellijk na haar intrede in de Kamer protesteert Suze bijvoorbeeld tegen de plannen van de minister van Arbeid om getrouwde vrouwen te verbieden in een fabriek te werken. In latere jaren vraagt zij veelvuldig aandacht voor de in haar ogen bizarre plannen om getrouwde vrouwelijke ambtenaren te ontslaan.

In al haar werk is de gelijkheid tussen mannen en vrouwen een belangrijk streven. In 1922 komt Suze bijvoorbeeld in actie tegen de vreemde praktijk waarin enkel vrouwelijke aspirant-leerlingen van de Rijkskweekschool een geneeskundige verklaring moeten inleveren, terwijl mannen zonder verklaring worden toegelaten. Tegelijkertijd is Suze zich er als beroepspolitica terdege van bewust dat compromissen soms noodzakelijk zijn. Haar jarenlange strijd voor betaald zwangerschapsverlof wordt bijvoorbeeld, met steun van de christelijke partijen, beslecht in haar gelijk, maar op voorwaarde dat enkel getrouwde vrouwen van dit verlof gebruik kunnen maken.

Ingewikkelde spagaat

In dergelijke situaties bevindt Suze zich in een ingewikkelde spagaat – geaccepteerd worden als gelijke in een door mannen gedomineerde politieke wereld met bijhorende compromissen, terwijl er ook een kritische feministische beweging langs de lijn staat, voor wie je nooit ver genoeg gaat en ‘de mannen naar het hart spreekt’. In de praktijk verkiest zij de politiek boven de strikt feministische lijn, het haalbare boven het ideaal. Misschien is Suze meer sociaaldemocraat dan feminist. Maar who cares? Als er iemand in Nederland heeft bewezen dat vrouwen zeer geschikt zijn voor de politiek, dan is het Suze Groeneweg.

1 Comment

1 Comment

  1. Pingback: Mansplain Monday #8: Schoppen waar het pijn doet | Stellingdames

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VERS

We do not believe in the world empowering women.

We believe in women empowering the world!

Journalist, activist, game-changing artist, mind-body scientist, international solidarist?

Join the tribe

Copyright © 2017 Vileine

To Top