WORLD+CULT

Visionaires: de gedrevenheid van Marie Curie

Tessa Hagen portretteert vrouwen die haar aan het denken zetten. Deze keer: het verhaal van Marie Curie.

Het is een naam die iedereen kent: Marie Curie (1867 – 1934), de beroemde Pools-Franse scheikundige. De eerste vrouw die twee (!) Nobelprijzen won, de eerste vrouwelijke professor aan de Universiteit van Parijs en de eerste vrouw die vanwege haar eigen verdienste in een tombe in het Parijse Panthéon begraven ligt. Maar wie was Maria Sklodowska Curie – haar originele naam – eigenlijk? Wat dreef haar en hoe werd deze Poolse vrouw één van de meest vooraanstaande wetenschappers van haar tijd? Hoog tijd dat Maria centraal staat in deze rubriek.

Hoewel Maria’s vader en grootvader beide gerespecteerde wetenschappers waren, was het aan het begin van Maria’s leven allerminst zeker dat zij in staat zou zijn dezelfde wetenschappelijke carrière na te streven. Niet alleen vanwege haar vrouw-zijn (we praten 1867, Maria’s geboortejaar), maar ook omdat haar familie veel geld en invloed kwijtraakte tijdens Maria’s jeugd. Warschau, de oorspronkelijke Poolse hoofdstad, viel net als de rest van het hedendaagse Polen namelijk onder Russische controle. En als de Russen ergens niet dol op waren, was het wel op Polen die hun eigen cultuur in ere wilden houden. Maria’s vader sympathiseerde met de Poolse nationalisten, iets dat hem niet alleen bezit, maar later ook zijn baan aan de universiteit zou kosten. Na zijn ontslag kon hij wel zijn set met laboratoriumapparatuur meenemen. Zijn kinderen leerden al snel hoe ze hiermee om konden gaan. Het zaadje van Maria’s belangstelling voor scheikunde was geplant.

Maria, de jongste van vijf kinderen, ging naar het gymnasium. Maar daarna, op 17-jarige leeftijd, liep het spoor dood. Als vrouw kon ze nergens gaan studeren. Maria gaf les bij rijke kinderen, maar gelukkig was ze niet. De lessen aan de Flying University boden uitkomst. Deze progressieve universiteit was strikt geheim; ontdekking door de Russische autoriteiten zou ernstige gevolgen hebben. Maar de idealisten die deze universiteit oprichtten, wisten wat ze deden. In de twintig jaar dat de universiteit in illegaliteit opereerde, studeerden er vijfduizend vrouwen en vele duizenden mannen. Voor Maria betekende het dat ze verder kon studeren en bij kon blijven in het vakgebied van haar keuze: de scheikunde. Het was echter geen makkelijke tijd. Dolgraag wilde Maria zich aansluiten bij haar zus Bronisława, die inmiddels naar Parijs was verhuisd, maar de inschrijving bij de Parijse universiteit was duur. Jarenlang werkte ze als gouvernante, terwijl ze ieder moment dat ze kon, boeken las en zelf-studeerde. Uiteindelijk kon Maria in 1891, op 24-jarige leeftijd, naar Parijs vertrekken.

Gedreven wetenschapster

Na drie jaar behaalde ze haar diploma aan de Parijse universiteit. Het waren lange, moeilijke jaren, waarin Maria regelmatig honger of kou leed vanwege haar zeer beperkte financiële middelen. Haar dagen kenden een strak schema: acht uur per dag wetenschappelijk onderzoek, drie uur bezig in het huishouden en in de tijd die overbleef, studeerde ze verder. De ontmoeting met Pierre Curie, een 35-jarige docent in natuurkunde en scheikunde, veranderde haar leven. Samen brachten ze uren door in het laboratorium en deelden hun fascinatie voor de scheikunde. Pierre vroeg haar ten huwelijk, en hoewel Maria aanvankelijk aarzelde, was ze geraakt door Pierres vasthoudendheid. Hij was op een gegeven moment zelfs bereid met haar terug naar Polen te verhuizen, ook al zou dat het einde van zijn carrière als chemicus betekenen. Ze trouwden in 1895.

Ondanks de geboorte van hun dochter Irene in 1896 werkte Maria onafgebroken door aan haar onderzoek. Het was een spannende tijd in de wetenschap. Henri Becquerel, een andere Franse wetenschapper, ontdekte in 1895 dat uranium straling afgeeft. Het sterkte Maria in haar eigen onderzoek, naar iets dat later als radioactiviteit (een term bedacht door Maria) bekend zou worden. In lekentaal onderzocht ze hoe je uit metaal radioactieve stof kunt extraheren. Die stof, radium, kreeg in de loop van deze tijd allerlei toepassingen, zoals in pillen en in anti-rimpelcrème. In 1910 kon Maria voor het eerst zelf radium isoleren. Ook ontdekten Maria en haar man, die zich vanaf 1898 voltijds samen met Maria op dit onderzoek zou storten, dat tumorvormende cellen door blootstelling aan radium sneller vernietigd konden worden dan gezonde cellen. De basis voor de bestralingstherapie, zoals we die vandaag de dag nog steeds kennen. Idealistisch, zo samen zij aan zij in het laboratorium? Nee. Maria en Pierre werkten in een oude, lekkende schuur, zonder bescherming voor de radioactieve stoffen waar zij aan blootstonden. Het enige dat het echtpaar voortdreef, was het besef dat hun onderzoek weleens baanbrekend kon zijn. Later zou Maria echter zeggen dat deze periode, ondanks de bizarre omstandigheden, één van de gelukkigste van haar leven was.

Nobelprijs voor radioactiviteit

En dat bleek ook. In 1903 ontvingen Marie, Pierre en Henri Bequerel de gedeelde Nobelprijs voor radioactiviteit. Aanvankelijk wilde het Nobel Comité Maria’s naam niet toevoegen aan de prijs. Wat had een vrouw nu ooit bijgedragen aan de wetenschap? Toen dit Pierre ter ore kwam, diende hij een klacht in en het resultaat kennen we. Of Maria en Pierre profiteerden van hun prijs? Ze ontvingen geld waarmee ze hun eigen laboratorium aan de Universiteit van Parijs konden inrichten. Het leven van Maria kreeg echter al snel een nieuwe wending. In 1904 beviel ze van haar tweede dochter Eve. Het aanvankelijke geluk was echter kortstondig: in 1906 kreeg Pierre een dodelijk ongeluk. Maria was diep ongelukkig. Het op de universiteit heersende seksisme, dat het haar aanvankelijk onmogelijk maakt om de leerstoel van Pierre over te nemen, kwam daar als klap bovenop. Uiteindelijk draaide de universiteit bij en Maria accepteerde de positie, om het werk van haar man voort te kunnen zetten. Wapenfeit nummer twee: Maria was de eerste vrouwelijke professor aan deze universiteit.

Het werk bleef doorgaan. Maria kreeg – nu zonder mannen aan haar zijde – in 1911 de tweede Nobelprijs voor haar verdiensten in de scheikunde. Na een lang ziekbed in 1912 keerde Maria echter pas eind 1914 weer terug naar haar laboratorium. Toen was de Eerste Werreldoorlog echter al uitgebroken. Omdat veel wetenschappers aan het front moesten vechten, besloot Maria om ook in actie te komen. Ze schoolde zichzelf bij in anatomie en bedacht kleine, mobiele karretjes (kleine Curies genoemd) die aan het front soldaten met röntgenstraling en radiumtherapie konden assisteren. Maria leidde vele vrouwen op de karretjes te bedienen en naar schatting zijn ruim een miljoen soldaten behandeld in deze geniale mobiele mini-ziekenhuizen.

De jaren na de oorlog groeide Maria’s faam nog meer. Ze reisde de hele wereld over, werd ontvangen door de president van de Verenigde Staten en zamelde geld in voor het Radium Instituut, dat zij oprichtte in Warschau. Haar zus zou directeur worden van dit instituut. Maria’s gezondheid ging echter met de jaren achteruit. Inmiddels kennen we de effecten van radium, maar Maria heeft zich daar nooit over uitgesproken. Het feit dat haar lichaam in een loden kist is bijgezet en zelfs haar oude kookboek in een loden bak tegen de radioactieve straling wordt bewaard, geeft echter al aan met hoeveel gevaar zij zichzelf in de wetenschap stortte. Ze stierf in 1934 aan de gevolgen van leukemie en werd begraven naast haar man.

Een scherpe blik en een warm hart

Het is lastig om Maria te peilen. Dat ze sterke overtuigingen had, is duidelijk. Haar moeder en haar zusje overleden toen Maria nog jong was; een reden voor Maria om het katholieke geloof van haar moeder af te zweren en agnost te worden. Op zwart-witfoto’s die overal op internet van haar te vinden zijn, kijkt ze serieus en een beetje terughoudend. Dat ze een volledig gedreven wetenschapper was, moge duidelijk zijn. Voor alle experimenten die zij en Pierre uitvoerden, ondergingen zij radioactieve straling, een effect waarvan we anno 2016 weten dat het zeer schadelijk is voor de gezondheid. Maria was zeer genereus; ze leefde van een bescheiden inkomen en al het prijzengeld dat haar ten deel viel investeerde ze in de wetenschap of gebruikte ze om vrienden en familie (in Polen) te steunen. Haar omkopen of voor je karretje spannen was onmogelijk. Toen Maria de Amerikaanse president kon ontmoeten en de Franse overheid (die haar bijvoorbeeld nooit publiekelijk hebben erkend voor haar werk in de oorlog) nog snel één of andere Franse medaille wilden geven aan hun briljante inwoonster, weigerde Maria die. Radium, destijds zoals gezegd een populair middel, is ook nooit door Maria en haar man gepatenteerd. Alle wetenschappers konden er mee experimenteren en het gebruik ervan perfectioneren; Maria en Pierre hebben er nooit iets aan verdiend.

Neem 100.000 obstakels in je leven – zoals Poolse afkomst, armoede en vrouw zijn in een mannenwereld – en word ze allemaal de baas: dat is Maria gelukt. Zonder slijmen, zonder zich van de wijs te laten brengen, met een scherpe blik en een warm hart. Voor zo’n standvastigheid had ze wel tien Nobelprijzen kunnen winnen.

2 Comments

2 Comments

  1. Kara

    20 juli 2016 at 17:50

    Eindelijk weer eens een artikel waarin haar echte naam wordt genoemd. Duizendmaal dank.

  2. Pingback: 365 dagen Vileine: leven, liefde en lessen! – Vileine.com

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

VERS

We do not believe in the world empowering women.

We believe in women empowering the world!

Journalist, activist, game-changing artist, mind-body scientist, international solidarist?

Join the tribe

Copyright © 2016 Vileine

To Top