TODAY+TOMORROW

Minifesto: ben je wel zichtbaar genoeg als homo?

simone-09-10
(GABRIEL GARCIA ROMAN)

Deze maand kwam Elizabeth Gilbert, bekend van de bestseller Eat, Pray, Love, ‘uit de kast’. Een paar maanden eerder scheidde de zelfhulpgoeroe van haar man. Nu blijkt dat ze hem verliet voor een vrouw, Rayya, die voorheen ‘alleen maar’ een dierbare vriendin was. Gilbert wil transparant zijn, met name omdat ze het zichzelf makkelijk wil maken. Nu kunnen ze tenminste hand in hand over straat zonder speculerende roddelpers. Transparant zijn is waarachtiger, stelt Gilbert. Zichtbaarheid en vrijheid lijken volledig samen te vloeien. Maar, vraagt Simone van Saarloos zich af, is transparantie altijd nodig om vrijheid te beleven? Vorige week gaf zij de Mosse Lezing. Deze lezing wordt jaarlijks gehouden ter ere van George Mosse, die als hoogleraar homostudies aan de UvA verbonden was. Voorafgaand aan de lezing moest het publiek zich door een sluis van naakte performers wurmen, die fluisterend vroegen: “Bent u wel hetero?”

“Bent u wel hetero?”

Op mijn vijftiende, zo’n tien jaar geleden, zat ik een jaar op een Amerikaanse High School. Winters Mill High School in Maryland, aan de oostkust nabij Baltimore. Het dorpje waar ik woonde, bij een gastgezin in huis, heette Westminster, maar werd ook wel Whiteminster genoemd. Op school liepen jongeren rond met anti-homo-slogans op hun shirts: ‘God made Adam and Eve, not Adam and Steve’. De enige die homo mocht zijn was Justin. Justin was wortelbruin van de zonnebank, droeg fluffy uggs onder zijn hotpants van gebleekte spijkerstof, showde zijn gladgeschoren benen en flapte bij elk woord dat hij uitsprak met zijn hand. Om zijn andere pols hing een handtas met gouden gesp. Hij zorgde ervoor dat je geen seconde kon vergeten dat hij homo was; zodoende vormde hij geen bedreiging. Normale jongens waren geen homo, alleen Justin was homo, een aparte categorie. Hij creëerde een hokje voor zichzelf en zolang hij daar duidelijk in zat, was hij vrij om te fladderen.

Hoe anders verging het Georgia. Zij nam een goede vriendin in vertrouwen om haar te vertellen dat ze verliefd was op een meisje. Ze smoesden er zachtjes over in een stalletje van het toilet. De bekentenis van Georgia werd opgepikt door een plasser in het naastgelegen hok en een dag later wist de hele school ervan. Georgia had een kutjaar – puur figuurlijk dan.

Georgia’s stille beleving van haar verlangens was voor iedereen bedreigend – zo onzichtbaar dat het overal wel kon schuilen. Justin creëerde een kwantitatieve standaard; in zijn bijzijn kon niemand genoeg homo zijn. Het homozijn van Justin ging heel duidelijk gepaard met zichtbaarheid. Zijn seksualiteit werd soms misschien belachelijk gevonden, maar het was in ieder geval herkenbaar. Het onzichtbare van Georgia was niet te meten, niet te voorspellen. Dat is eng, en omdat angst eng is, wordt het onzichtbare algauw gediskwalificieerd als preuts, laf en ouderwets.

26 oktober, 2015, De Wereld Draait Door. Aan tafel bij Mathijs van Nieuwkerk kwam Tofik Dibi uit de kast. Oud-GroenLinks kamerlid Dibi vertelde hoeveel moeite het hem had gekost om zijn gevoelens voor mannen te accepteren. Kastheer Matthijs begreep daar absoluut niets van, “Waarom duurde het zo lang, voor een jongen met een goed stel hersens?” riep hij. Wat openbaar is, wordt direct gekoppeld aan progressief, geemancipeerd, dapper, taboedoorbrekend. Matthijs kon zich er misschien nét iets bij voorstellen dat homoseksualiteit als beschamend of problematisch kan worden ervaren. Matthijs kon zich er echter niets bij voorstellen dat we in een überheterovolle maatschappij leven. Het heteroverhaal doet het ook niet zo goed op televisie. Het heteroverhaal heeft hoogstens een sappig begin – Adam en Eva – maar kent vooralsnog geen knallend einde. De homo heeft een beter verhaal voor op tv: er was eens een kast en een geheim, nu ik eruit ben is alles fijn.

“Zo’n slimme jongen als jij,” zuchtte kastheer Matthijs. “Vind je jezelf niet een beetje een slappeling? Had het eerder gedaan, man!”

Dom en laf

Blijkbaar ben je dom en laf als je iets beleeft wat verwarrend is, als je iets beleeft wat misschien niet in één slogan of item past. Soms heb ik het idee dat het belangrijker is om OUT en PROUD te zijn dan om gay te zijn. Niet het beleven zelf staat centraal, maar de zichtbaarheid van de beleving. De vraag is bijna: ben je voldoende open om je als homo te identificeren? Ben je voldoende herkenbaar om je homo te noemen? Het OUT zijn zelf wordt een bewijs van homozijn. Een ander kenmerk is er niet. Iets zichtbaar beleven is vrijheid. Wat je precies beleeft, is dan niet langer belangrijk.

11 maart 2016. Het Boekenbal in de Amsterdamse Schouwburg. Een geliefde (v) nam mij mee als date. We werden op de foto gezet door een fotograaf van de Volkskrant. Een paar uur later wankelden we halfdronken door de gangen. Voor mij liep een Volkskrantredacteur, die ik ken van de tijd dat ik voor hun boekenbijlage schreef. Ze sprak een andere redacteur aan. Blijkbaar was de krant voor de ochtend ‘net gezakt’, want ze proostten, er hoefden geen deadlines meer te worden gehaald. De redacteur had niet door dat ik achter haar stond en jubelde: “Hadden we bijna de coming out van Simone in de krant gehad.”

Ik schrok van de smakelijke lach waarmee de Volkskrantredacteur het over mijn ‘coming out’ had. Ze gaf mij daarmee een geheim. Een geheim dat ik niet had, niet voelde, totdat zij suggereerde dat het er was. Met de term ‘coming out’ impliceerde ze dat ik ergens mee had rondgelopen. Iets wat volgens haar een klein beetje nieuwswaarde had (gelukkig niet voldoende om het daadwerkelijk in de krant te zetten). Maar belangrijker nog: iets wat volgens haar blijkbaar al heimelijk bestond of aanwezig was toen ik met haar als redacteur werkte. Iets wat ik niet had durven zeggen. Of iets wat ik volgens haar toen zelf gewoon nog niet wist.

Uit de kast

De uit-de-kast-metafoor impliceert dat er iets schuilgaat, iets dat er absoluut uit moet breken, en dat de tijd van verborgenheid de onware, oneigenlijk, onintegere tijd was. Buiten de kast is vrijheid. Het gevierde belang van transparantie wekt het geloof dat er sprake is van geheimhouding zodra iets zich onbenoemd voltrekt. Zo is alles wat stil gebeurt een moedwillig geheim. Of in ieder geval minder waar of waard of dapper dan dat wat met bombarie naar buiten wordt gebracht. En zo ligt de macht altijd bij wat wordt verkondigd en gemeld, terwijl dat geen recht doet aan de enorme invloed van subtiele normen, verwachtingen en vanzelfsprekendheden. Onze ogen, oren en verbeelding raken lui, wanneer we ervan uitgaan dat alles wat belangrijk is toch wel wordt getoond. Transparantie wordt een dwangbuis, roze van kleur en de focus beperkt. De sterke link tussen zichtbaarheid en vrijheid is bovendien problematisch, omdat we daarmee de mogelijkheid negeren dat er andere vormen van vrijheid kunnen bestaan, vormen van vrijheid die we niet herkennen.

De link tussen zichtbaarheid en vrijheid is problematisch

Saba Mahmood schrijft hierover in haar boek Politics of the Piety. The Islamic Revival and the Feminist Subject. De cultureel anthropoloog ging naar Cairo en ontmoette Egyptische vrouwen die regelmatig de moskee bezoeken. Mahmood is niet de enige die zich met deze moslima’s bemoeit. De ‘emancipatie van vrouwen in andere culturen’ is maar al te vaak onderwerp in westerse media en op universiteiten. Vaak wordt bestudeerd hoe het ervoor staat met de zogeheten ‘agency’ of autonomie van deze vrouwen, omdat zelfbeschikking als bewijs van emancipatie wordt gezien. Maar, zegt Mahmood, wat als we één strikte vorm van ‘agency’ of autonomie proberen te vinden, terwijl er wellicht andere vormen van autonomie bestaan die we door onze definitie van ‘autonomie’ niet herkennen? Wij – een westerse, liberale, veelal seculiere wij – herkennen autonomie wanneer iemand ergens tegen handelt of optreedt. Autonomie en agency worden genoteerd wanneer er frictie of opschudding waar te nemen is. Wanneer de westerse anthropoloog of journalist geen weerstand signaleert, ziet zij of hij geen emancipatie en geen autonomie.

Mahmood bepleit dat autonomie misschien wel heel anders kan worden beleefd, op een manier die niet waar te nemen is wanneer je gewend bent om autonomie in tegenstand te zien. Autonomie wordt bovendien vaak gezien als een politiek concept. Emancipatie moet in de politieke sfeer bestaan om als ‘echt’ of waardevol te worden beschouwd. Mahmood stelt dat deze focus op de politieke arena beperkt is. Het negeert het dagelijks leven van deze vrouwen, de lichamelijke en persoonlijke ervaringen, de onderlinge interactie en taal. Ook pleit Mahmood dat we wellicht afstand moeten nemen van ideeën die als universeel worden gezien, zoals de opvatting dat alle mensen, overal ter wereld, een aangeboren neiging hebben om bestaande normen omver te werpen en af te breken.

Ik herken me in het ‘westerse, seculiere, liberale’ mensbeeld dat Mahmood schetst. Ik geloof dat het persoonlijke politiek is en neig daarom te geloven dat elke persoonlijke vraag vertaald moet worden naar een politieke strijd. Mijn denken is bovendien grotendeels gebaseerd op een geloof in frictie, beweging en weerstand. Juist daarom vond ik Mahmood’s werk zo ongelooflijk mindblowing. Ik waardeer frictie zozeer, dat een tekst die mijn eigen denken ondersteboven gooit, me uitermate belangrijk lijkt.

Het persoonlijke is politiek

Dankzij Mahmood geloof ik dat er andere vormen van vrijheid zijn die wij – een westerse, seculiere, liberale wij – momenteel niet kennen en nu niet kunnen denken en voelen. Wanneer het zogeheten homozaken betreft, wanneer het over vrijheid of emancipatie gaat, ervaar ik persoonlijk sterk de neiging om naar zichtbaarheid te streven. Ik applaudiseer voor wat zichtbaar is. Ook neem ik aantallen en statistieken als leidraad. Een demonstratie waar veel mensen op af komen, vind ik geslaagder dan een demonstratie waar nauwelijks mensen zijn. Ik definieer kwantitatief – zo vroeg ik me af of ik als bi-levende vrouw wel lesbisch genoeg was om de Mosse-lezing te geven – en streef naar zichtbaarheid – hier schrijf ik, OUT. Toch denk ik dat het kwantitatief definiëren en de neiging naar zichtbaarheid om radicale aanvullingen vraagt, als we vrijheid vruchtbaar divers willen begrijpen. Wat dan bijvoorbeeld? Geen idee nog, eigenlijk. Maar ik wil die onontgonnen ruimte en die voor mij onbekende ervaring van vrijheid toch noemen. Waarschijnlijk omdat ik dus volledig onderhevig ben aan de zichtbaarheidsdwang en denk: wat benoemd wordt, bestaat.

In een wereld vol gedefinieer, lijkt niet-definiëren geen emancipatorische optie. In een wereld van zichtbaarheid lijkt méér zichtbaarheid het enige wapen. En dus wil ik zichtbaarheid en definitiedrang te lijf gaan met méér zichtbaarheid en definitiedrang. Met twee lessen: ‘hoe om te gaan met zichtbaarheid.’

Laten we zichtbaarheid in het extreme omarmen

Les één. Laten we de zichtbaarheid in het extreme omarmen en vrolijk waarschuwen voor het besmettingsgevaar van homoseksualiteit. In de New Yorkse metro klinkt regelmatig een blikken stem, die oproept om op te staan voor ouderen en gehandicapten. De slogan die daarbij hoort, luidt: “Courtesy is contagious and it starts with you.” Als jij je aardig opstelt en je stoel beleefd aanbiedt, zullen anderen je voorbeeld volgen. Ik geloof dat het met homoseksualiteit net zo is: het is aanstekelijk. Mensen zijn na-apers. Mensen zijn ook culturele wezens: ze begrijpen hun eigen gedrag door te zien wat anderen doen. Ze passen zich aan of zetten zich af. En als we homoseksualiteit niet als een geheim in het brein zien, maar als een kwestie van gedrag, dan is het logisch te concluderen dat homoseksualiteit aanstekelijk is. Romantiek is een cultuur, seksualiteit is een cultuur. Als het geen cultuur was, herkenden we romantiek en seks alleen binnenshuis, in bed.

Wanneer ik op een plek kom waar veel lesbiënnes komen, voel ik een enorm genoegen en krijg zin om te flirten. Ben ik op zo’n moment aangewakkerd door vrouwen, de categorie mens met een kut? Nee. Het is cultuur. Op het niveau van geslacht vind ik een piemel even fantastisch als een vagina, baardgroei even fantastisch als borsten. Het is de (een!) lesbische cultuur en sfeer die me aanwakkert. En laten we niet vergeten dat het hoge percentage hetero’s in de samenleving bewijst dat seksuele identiteit besmettelijk is.

Vraag altijd wie het meest zichtbaar is

Daarmee komen we op mijn tweede les ‘omgaan met zichtbaarheid’: vraag altijd wie of wat het meest zichtbaar is. Begin september bezocht ik de korte voorstelling To bi or not to bi. Theatermaker Aileen Pfauth toonde enkele stereotype vragen en verwijten die je als bi te verduren krijgt. De voorstelling ging over het gevoel nergens voldoende bij te horen – niet genoeg lesbisch voor de lesbo’s, en voor de hetero’s niet genoeg lesbo om serieus te worden genomen in je lesbo-zijn.

Na de voorstelling was er een nagesprek met het publiek. Het ging onder meer over het verwijt dat een bi ‘gewoon alles wil’, koningin of prins veelvraat, smikkelend van twee walletjes. Eén vrouw zei: “Bi zijn is gewoon normaal.” Een ander zei: “Ja, je hoeft er dus ook niet mee te koop te lopen.” Ik kon niet anders dan daar fel op reageren. Sinds wanneer lopen hetero’s niet te koop met hun heteroseksualiteit? Lopen zij niet hand in hand of kussend op straat, gaat niet elk liedje dat je hoort in de supermarkt over hen? Gaan reclames niet over heterokoppels, liggen ze niet naast elkaar op strandhanddoeken, zitten ze niet te vozen in de bioscoop, staat YouPorn en Pornhub niet vol met hun geneuk? De hetero is zo alom aanwezig dat hij niet wordt opgemerkt. Ik wil de hetero daarom zo constant opmerken, dat zij of hij niet meer gewoon is, niet vanzelfsprekend aanwezig is, maar een identiteit wordt. Een seksuele identiteit waar je een hele theatervoostelling aan zou kunnen wijden (bijvoorbeeld met de titel Straight. Taking the road most travelled by). Tijdens de To bi or not to bi-voorstelling realiseerde ik me dat het bi-zijn voornamelijk wordt gedefinieerd door de homokant. De heterokant hoeft niet uit de kast. De hetero-identiteit wordt nauwelijks onderzocht als vreemde identiteit.

Voor mij is het heteroseksuele deel minstens even gek of gewoon als het homodeel in mij. Toch kan ik voor het homodeel naar speciale avonden, speciale Facebookpagina’s, speciale café’s en kan ik een speciale plank in de boekwinkel raadplegen. Ik kan er een lezing over geven. Voor het heterodeel bestaan geen speciale lezingen, avonden, boeken, café’s. Er zijn hoogstens gewone lezingen, avonden, boeken, café’s. En dat gewone van de hetero vind ik gek. Als homo een duidelijke seksuele identiteit is, is hetero dat absoluut ook.

Ik voel me nergens zo geslachtsloos als wanneer ik met een geliefde ben en mijn geslacht brandend aanwezig is. Ik voel me nergens zo zonder geaardheid als wanneer ik met een geliefde ben en ik met haar of hem in de weer ben. Wat mij betreft mag het absoluut zo zijn dat de wereld zo werkt als in bed bij een geliefde: geslachtsloos, geaardsheidloos. Het lijkt me echt heerlijk als de wereld zoals in bed bij een geliefde is. Maar anders dan in bed bij een geliefde zijn we in de wereld niet voldoende aandachtig en geconcentreerd en intiem genoeg om elkaar als mensen te ervaren. We herkennen elkaar als vrouw, man, links, rechts, getrouwd of vrijgezel, als voldoende, als genoeg, en vaak als te veel.

De homo is klaar met gedefinieerd worden

Volgens mij is de lesbo, de homo, de gay wel even klaar met gedefinieerd worden en zichzelf te definiëren. Maar omdat zichtbaarheid momenteel het enige middel van emancipatie lijkt, moeten we ons misschien afvragen of het mogelijk is om middels overbelichting vruchtbaar onwetend te worden. Vruchtbaar onwetend, omdat de homo, net als de vrouw, al vaak genoeg is verteld wat zij moet doen.

De hetero is overal te zien. Toch is zij of hij onderbelicht. Er staat geen spotlight op. Een spotlight creëert een hokje – met het donker als kader. Ik wil de hetero in die spotlight zetten en overbelichten. Om de hetero heen ontstaat zo weer wat vruchtbare ruimte voor de homo. Om rond te sluipen, te dartelen, te spelen, ‘boe’ te roepen. Ik wil dat de hetero de gay nodig heeft om zijn identiteit te begrijpen. Ik wil de hetero desoriënteren en verwarren en bevragen wat anders vanzelfsprekend lijkt. Daarom roep ik u op: vraag voortdurend in het rond: bent u wel hetero? Bent u wel hetero genoeg om in deze heterowereld te leven?

Simone van Saarloos gaf op 28 september de Mosse-lezing in de OBA.

1 Comment

1 Comment

  1. Pingback: 365 dagen Vileine: leven, liefde en lessen! – Vileine.com

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

VERS

We do not believe in the world empowering women.

We believe in women empowering the world!

Journalist, activist, game-changing artist, mind-body scientist, international solidarist?

Join the tribe

Copyright © 2016 Vileine

To Top