REAL/FAKE

Female Gaze: ‘To the bone’ schotelt je de ideale anorexiapatiënt voor

New Statesman

Vileine vrouwen werpen hun female gaze op recente tv-series en films en onderzoeken wat onze favoriete personages ons vertellen over onze overtuigingen, vooroordelen en blinde vlekken. Deze week: To the bone, een nieuwe film over eetstoornissen van Netflix.

In Netflix nieuwe film ‘To the Bone’ volgen we Eli (Lily Collins). Eli lijdt al jaren aan anorexia. Met al meerdere behandelingen achter de rug die onsuccesvol zijn gebleken, klopt ze aan bij een onconventionele therapeut. De trailer kreeg al kritiek: wit meisje uit een middenklassengezin lijdt aan anorexia; het is een verhaal dat we al vaker gehoord hebben. Nu de hele film op Netflix te zien is, blijkt de kritiek meer dan terecht: To the Bone geeft helemaal geen representatief beeld van een eetstoornis.

Een westerse ziekte

Voorbeelden van films, documentaires of boeken met witte meisjes met een eetstoornis in de hoofdrol zijn er genoeg, en To the Bone past voorbeeldig in het rijtje. In de film zie je af en toe mensen met een andere gender of kleur voorbijkomen die ook een eetstoornis hebben, zoals een zwart meisje en een jongen, maar zij vertolken steeds bijrollen (het zwarte meisje heeft zelfs maar één zin tekst). De nadruk ligt op Eli en haar problemen, zoals haar perfectionisme en een uit elkaar gevallen gezin. Wie zo’n film ziet denkt al snel dat andere bevolkingsgroepen dan de witte middenklasse geen eetstoornis kunnen ontwikkelen.

Anorexia maakt alleen geen onderscheid qua kleur, afkomst, leeftijd of klasse. Dat blijkt wel uit steeds meer onderzoeken. Je daar niet bewust van zijn kan gevaarlijk zijn, weet ik uit persoonlijke ervaring. Toen ik een eetstoornis had, dacht ik dat het een luxeprobleem was waar je alleen als westerling last van kon hebben omdat ik had gezien dat alleen witte meisjes eraan leden. Ik verafschuwde mezelf omdat ik me met mijn uiterlijk en eten bezighield terwijl bijvoorbeeld mijn familie in Iran onder financieel en sociaal-maatschappelijk slechtere omstandigheden leefde. Uiteindelijk werd het een reden voor nog meer zelfhaat, wat herstel weer in de weg stond. Pas veel later besefte ik dat een eetstoornis niet gaat om uiterlijk (al heeft een onrealistisch schoonheidsideaal er wel mee te maken), maar om dieperliggende problematiek. Die problemen zijn dus niet voorbehouden aan één bevolkingsgroep.

Meisjes met een andere kleur of sociale klasse zouden dezelfde gedachtegangen kunnen volgen. Je zou zelfs kunnen gaan denken dat je niet aan een eetstoornis lijdt omdat maar één groep zo’n ziekte lijkt te kunnen hebben. Het gevolg is het idee dat je geen behandeling nodig hebt, terwijl je wel opgeslokt wordt door de ziekte.

Overrepresentatie van anorexia

Dezelfde discrepantie tussen representatie en realiteit doet zich voor in het type eetstoornis. Eli heeft anorexia, net zoals de meerderheid van de meisjes in verhalen over eetstoornissen. Dat terwijl de meerderheid van de mensen een andere eetstoornis dan anorexia heeft. Zij hebben dus een ander ziektebeeld en niet per se een te laag gewicht gecombineerd met veel te weinig eten. Boulimia nervosa en BED (Binge Eating Disorder) kenmerken zich bijvoorbeeld door eetbuien, waarbij je de drang hebt om in korte tijd heel veel te eten. Bij boulimia worden die eetbuien gecompenseerd, bij BED niet. Dan is er ook een eetstoornis NAO (Niet Anderszins Omschreven), waar iedereen onder geschaard wordt die aan verschillende criteria van bovenstaande eetstoornissen lijdt, maar niet helemaal onder een van de diagnoses valt.

De overrepresentatie van anorexia heeft nare gevolgen; over het algemeen wil iedereen die een eetstoornis heeft een laag gewicht hebben. Anorexia is daarom te benijden, want dan heb je ondergewicht (zoals in de DSM V staat) en in de ogen van andere eetstoornispatiënten lijk je controle te hebben: je speelt het voor elkaar om nauwelijks te eten, terwijl zij eetbuien hebben of zich genoodzaakt voelen over te geven. Eetbuien zijn vaak een grote bron van schaamte; je wil afvallen, maar voelt soms de drang om heel veel te eten binnen korte tijd. Het is onbeheersbaar, je voelt je vies en een mislukkeling. Door anorexia in de media alle aandacht te geven, krijgt iedereen die een andere eetstoornis heeft (bijvoorbeeld boulimia) het idee dat hun eetstoornis niet het type is dat behandeld moet worden.

To the Bone noemt zijdelings andere eetstoornissen wanneer er een paar keer over eetbuien, overgeven of laxeermiddelen wordt gepraat. Maar dat gebeurt zo sporadisch dat er geen enkele diepgang in zit – Eli en haar anorexia staan centraal. Haar te dunne lichaam komt ook nog eens vaak in beeld, als om te benadrukken dat de ziekte bij haar echt erg is omdat het zichtbaar is. Ondergewicht is natuurlijk ongezond, maar eetbuien of compensatiegedrag zijn ook erg: je pleegt een aanslag op je lichaam en sommige mensen eindigen met ernstige kaliumtekorten of zelfs stoma’s. Of je ondergewicht hebt zegt dus niets over je gezondheid; je kunt er ‘normaal’ uitzien en toch ernstig ziek zijn.

In To the Bone ligt de nadruk nog meer op dat ondergewicht. Er wordt gezegd dat Eli alleen kan herstellen wanneer ze haar dieptepunt bereikt. ‘For Eli [hitting] rock bottom is critical,’ zegt haar therapeut en dat gebeurt wanneer ze op haar dunst is en mensen in haar omgeving dus vrezen voor haar leven. Voor kijkers met een eetstoornis zal ‘rock bottom’ bereiken een herkenbare gedachte zijn: je wil pas beter worden als je een bepaald gewicht hebt bereikt (dat vaak onrealistisch of ongezond laag ligt). Maar het is schadelijk om je genezing direct te verbinden aan je gewicht, omdat je ten eerste je streefgewicht constant lager zet, maar ook omdat er vaak niet één omslagmoment is. Je besluit langzaamaan om echt beter te worden en het duurt maanden of jaren, voordat je weer gezond bent.

Niet over eten praten

Er zijn momenten dat To the Bone wel de juiste snaar weet te raken. Bijvoorbeeld wanneer Eli’s therapeut zegt dat ze niet over eten mag praten tijdens therapie of zelfs met haar gezin: ‘It’s boring and not very helpful.’ Gesteggel over of je wel genoeg hebt gegeten zal je niet beter maken. Gesprekken over de achterliggende problematiek wel. Het is goed dat de film niet afsluit met het beeld van Eli die eindelijk een goede maaltijd achterover werkt, maar met dat ze de keuze voor therapie maakt.

Uiteindelijk is To the Bone niet een film die bijdraagt aan een goede representatie van eetstoornissen. Een eetstoornis is niet alleen erg als je wit bent, als je anorexia hebt of als je ondergewicht hebt. Wie niet een ander beeld te zien of te lezen krijgt in films, series of boeken zal niet gauw behandeling zoeken. Als je je niet herkent in zulke personages voel je je al snel mislukt; jouw ziekte voldoet niet aan het beeld van wat een eetstoornis is. Dat is schadelijk want mensen kunnen door deze karakterisering daadwerkelijk zieker worden. Maar om dat te veranderen, hebben we een ander type hoofdpersoon dan Eli nodig.

Click to comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VERS

We do not believe in the world empowering women.

We believe in women empowering the world!

Journalist, activist, game-changing artist, mind-body scientist, international solidarist?

Join the tribe

Copyright © 2017 Vileine

To Top