REAL/FAKE

Rollenspel: held op sokken

Bron: Metropolitan Museum of Art

Actrice Jouman kijkt in de spiegel van de kleedkamer van het toneel van haar leven en schrijft over de rollen ze speelt.

Vijf jaar geleden werd het tijdperk van individualisme en neo-nihilisme aangekondigd; deze generatie zou uit oppervlakkige, egocentrische wezens zonder idealen of verantwoordelijkheidsgevoel bestaan. Generatie X zou zonder moraal met zichzelf bezig zijn, alleen maar likes verzamelen en niets van wereldproblemen weten. Met dat oordeel leken we vorig jaar klaar – of eigenlijk werd dat beeld omvergeblazen door de directe confrontatie met oorlogsleed. Er ontstond een collectief schuldgevoel; de passiviteit was voorbij.

Het knagende geweten uitte zich in prachtige initiatieven; mensen zetten zich massaal in om anderen te helpen. Ook ik had al een tijdje een schuldgevoel – alsof mijn luiheid en geluk de oorzaak waren van alle ellende. De machteloosheid maakte me dorstig naar weldoenerij, naar een held willen zijn. Het resulteerde in vrijwilligerswerk bij een AZC. De honger is gestild. Als Khaled, een Syrische jongen die ik heb ontmoet op het AZC, mij omhelst en bedankt, ben ik heel blij. ‘Hier doe ik het voor,’ denk ik dan. Maar waarvoor precies: voor Khaled of voor dat gelukkige gevoel? Ik voel me een goed mens, maar betrap mezelf op een glimlach als ik 50 likes heb onder een foto van mij en Khaled. Shit. Ben ik blij voor Khaled, of omdat mensen erkennen dat ik een goed mens ben en mijn geweten gesust is?

Altruïsme zou de tegenhanger van hebzucht moeten zijn; geven staat immers tegenover krijgen. Ik heb bewondering voor de goeie acties in het land en ben boos over berichten als ‘AZC aangevallen door boze bewoners lokaal dorp’. Die mensen zijn de rotte appels van de maatschappij. Dat is een speciale groep die het vluchtelingen niet gunt hier veiligheid te zoeken – dacht ik. Maar toen vertelde Khaled over een vrijwilligster van Vluchtelingenwerk, Sonja, die hem hielp met verhuizen nadat hij zijn status had gekregen. Sonja had geglimlacht en hem zurig gevraagd: ‘Zeg, wat vind jij er eigenlijk van dat ik al 8 jaar op de wachtlijst sta voor een sociale huurwoning en jij er na twee maanden gewoon één krijgt?’. Er was een ongemakkelijke stilte gevallen, waarna hij met het grootste geduld uitlegde dat het nooit zijn bedoeling was iets af te pakken en dat hij dankbaar was voor de kans om een nieuw leven op te bouwen. Verbaasd keek ik Khaled aan.

Ik probeer Sonja te begrijpen; zelfs geven kan dus grenzen hebben. Vanuit Sonja’s perspectief is Khaled degene die – met zijn basisrecht – haar welverdiende recht op een huis heeft afgepakt. Haar redenering: ‘Khaled heeft het moeilijk en mag hier natuurlijk wonen, maar ik heb het ook moeilijk en vind het oneerlijk dat hij eerder een huis krijgt dan ik. Tot zover gaat mijn vrijgevigheid.’ Wie heeft de meeste voorrang op dat huis? En spreken we dan nog over vrijgevigheid, of is het een geveinsd soort geven, altijd met de verwachting om iets terug te krijgen? Zolang je onder me blijft, me bedankt en vooral zielig blijft is het goed. Maar wanneer je me overstijgt, bijvoorbeeld een huis wegpikt, dan stopt het geven. Ieder mens is gelijk, maar sommigen verdienen het net wat meer.

Terwijl ik voorstel dat Sonja écht vindt dat ze in haar recht staat, is allang gebleken dat het ‘sociale huurwoning-potje’ uit een ander geldpotje komt dan huisvesting voor vluchtelingen. Dat maakt voor haar jaloezie echter niets uit – en dat baart mij zorgen. Sonja’s verontwaardiging is het zaadje dat kan leiden tot agressie en tot AZC’s die in de fik worden gestoken. Dat zaadje groeit uit tot onkruid, tot het zien van vreemdelingen als gelukszoekers, als profiteurs van de Nederlandse maatschappij. Het is die verontwaardiging die juist erkend en begrepen moet worden, omdat het anders als onkruid inteert op de nobele, menselijke kant van Sonja.

Misschien maakt het ook allemaal niks uit. Pure nobelheid is een hoog goed, dat alleen bereikbaar is voor de Batmans en de Supermans. Misschien moeten wij stervelingen genoegen nemen met halve helden, dan is de wereld toch half gered. Geven is geven, al gebeurt dat soms op een onoprechte, jaloerse manier. Sonja fietst na een dag werk wat verongelijkt naar het enige huis dat Khaled niet heeft ‘afgepakt’, maar Khaled is evengoed geholpen.

Ik help de mensen van het AZC; ook als ik als held op sokken stiekem kick op het goede gevoel en de likes – en misschien is dat heldhaftig genoeg.

Click to comment

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

VERS

We do not believe in the world empowering women.

We believe in women empowering the world!

Journalist, activist, game-changing artist, mind-body scientist, international solidarist?

Join the tribe

Copyright © 2017 Vileine

To Top